Niet dood willen, maar al lang gestopt met leven
Soms denk ik: mijn ouders willen niet dood, maar ze zijn al lang geleden gestopt met leven.
En dat klinkt hard. Maar als ik eerlijk kijk, zie ik het al tientallen jaren gebeuren langzaam, stil, bijna onzichtbaar. Geen uitstapjes, geen vrienden, geen gelach meer. Muziek die ooit door het huis klonk, is stilgevallen omdat wij het huis zijn. Mijn ouders luisteren niet naar muziek, voor mij onvoorstelbaar maar in ons huis was het altijd mijn muziek die je hoorde. Iedereen die mijn lessen volgt zal weten hoe belangrijk en leuk ik muziek vind.
Maar over mijn ouders, ze zijn thuis, samen, opgesloten in een ritme van klachten, van afspraken, van zorg. Ze komen nauwelijks de deur uit. En de wereld lijkt steeds kleiner te worden, niet omdat het niet anders kan, maar omdat de wil om te leven langzaam is weggeëbd.
Ik bel vaak, maar ik woon ruim tachtig kilometer verderop. Het contact is er, maar het leven niet.
Mijn moeder besloot zelf niet meer te rijden, mijn vader moest zijn rijbewijs inleveren.
We zagen het aankomen, die momenten waarop hij niet meer wist hoe de auto werkte, niet meer begreep waarom de motor niet startte.
En toen hij die brief kreeg van het CBR, zei hij: “Als ik had geweten dat het zó serieus was, had ik wel beter mijn best gedaan. ”Een paar minuten later reed hij bij het wegrijden zijn auto tegen een paaltje.
Zo symbolisch, alsof het leven zelf even zacht zei: nu is het klaar.
De dagen vullen zich, maar niet met leven
Hun dagen bestaan uit bezoekjes aan de huisarts, de apotheek, de fysiotherapeut, de longarts, de cardioloog. Alles wat vergoed wordt door de zorgverzekering bepaalt de agenda.
En dat is iets wat ik bij zóveel mensen van hun leeftijd hoor.
Volgens cijfers van het CBS heeft meer dan 60% van de 70-plussers in Nederland twee of meer chronische aandoeningen. Gemiddeld gebruikt iemand van 75 jaar of ouder meer dan vijf medicijnen per dag. De helft van hen geeft aan zich “regelmatig tot vaak eenzaam” te voelen.
En bijna een derde zegt dat ze “weinig of geen zinvolle bezigheden” hebben buiten huis.
Dat is geen incident, dat is een patroon.
Een generatie die geleerd heeft om niet te klagen, om vol te houden, om zich niet aan te stellen.
Maar ergens onderweg zijn ze vergeten hoe het voelt om écht te leven.
Een andere generatie en toch hetzelfde verlangen
Mijn ouders zijn van een generatie die gewerkt heeft, gezorgd heeft, gespaard heeft.
Er was weinig ruimte voor plezier, voor zomaar even niets doen, voor “ik wil”.
Ze hebben geleefd vanuit plicht, vanuit zekerheid, vanuit “doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg”.
En ik, een kind van de jaren zeventig, sta er soms tussenin. Ik begrijp ze en tegelijk voel ik het verschil met de jonge generatie die nu opgroeit. De twintigers van nu lijken precies het tegenovergestelde te doen. Ze willen leven vóórdat het te laat is. Ze werken vaak parttime, kiezen tijd boven geld, zeggen dat “je maar één keer leeft”. Ze reizen, dansen, proberen, vallen, beginnen opnieuw.
En eerlijk? Ik heb daar gemengde gevoelens bij. Ik bewonder hun lef, hun vrijheid, hun vermogen om grenzen te stellen. Maar soms denk ik ook: waar is de bereidheid om te knokken, om te dragen, om iets uit te bouwen? De balans lijkt zoek, aan beide kanten.
Aan de ene kant een generatie die is opgegroeid met hard werken en overleven.
Aan de andere kant een generatie die vooral wil genieten, maar soms vergeet dat voldoening ook ontstaat door inspanning.
En daar tussenin sta ik, wij, de generatie van veertig, vijftig, zestig.
Balancerend tussen discipline en verlangen.
Vitaliteit is meer dan bewegen
Als vitaliteitstrainer en coach werk ik dagelijks met mensen die midden in dat spanningsveld staan.
Ik zie wat stress doet, wat plezier doet, wat verbinding doet. Ik meet het zelfs: energie, herstel, balans. En telkens opnieuw blijkt hetzelfde: mensen die plezier ervaren, die zich veilig en gezien voelen, hebben letterlijk een “vollere batterij”. Hun herstelcapaciteit is hoger, hun lichaam reageert gezonder, hun geest scherper.
Onderzoek van TNO en het CBS laat zien dat werkplekken waar medewerkers hoge betrokkenheid en werkplezier ervaren, tot 30% minder ziekteverzuim hebben. Geluk blijkt dus niet alleen een emotie, maar pure biologie. Het is meetbaar. Tastbaar.
En dat doet pijn als ik naar mijn ouders kijk. Want daar waar plezier verdwijnt, dooft ook vitaliteit.
Niet van de ene dag op de andere, maar langzaam. Zoals een kaars die nog brandt, maar zonder vlam.
Herken je dat?
Ken je iemand die leeft, maar eigenlijk gestopt is met leven?
Iemand die geen plannen meer maakt, die niet meer lacht om iets onverwachts?
Misschien herken je het zelfs in jezelf, dat sluimerende gevoel van “stilstand”.
Alsof de dagen je overkomen in plaats van dat jij ze vormgeeft.
Het begint vaak subtiel.
Je zegt vaker “ik kan niet” of “ik heb geen zin”.
Je schuift dingen vooruit.
Tot het normaal wordt om niets meer te willen.
Tot zelfs verlangen te vermoeiend lijkt.
En dan vraag ik me af: wanneer ben je eigenlijk echt gestopt met leven?
Is dat als je lichaam niet meer kan?
Of al veel eerder, als je hart is opgehouden met nieuwsgierig zijn?
Wat doet dit met gezondheid?
Het RIVM publiceerde in 2024 dat mensen met weinig sociale contacten twee keer zoveel kans hebben op chronische stress en 50% meer kans op hart- en vaatziekten.
Daarnaast blijkt dat een gebrek aan plezier direct invloed heeft op het immuunsysteem: mensen die geen betekenis ervaren, herstellen trager van ziekte, slapen slechter en hebben vaker depressieve klachten.
In Nederland voelt 40% van de 75-plussers zich regelmatig eenzaam, en 11% ernstig eenzaam (CBS, 2024). Dat zijn miljoenen mensen. En elk van hen is iemands ouder.
De stilte tussen generaties
Ik denk vaak: mijn ouders willen niet dood, maar ze leven ook niet meer.
En dat verschil is groot. Want willen leven vraagt moed. Moed om opnieuw te beginnen, om nieuwsgierig te zijn, om te voelen. Ik heb ze zelden zien genieten. Geen muziek op de achtergrond.
Geen wandeling “zomaar omdat het mooi weer is”. Geen onverwachte lach.
Hun wereld is kleiner geworden, maar hun verlangen om te leven lijkt al veel eerder verdwenen.
Soms denk ik dat ik in hun toekomst kijk. Dat dit is waar het heen kan gaan als ik niet oplet.
En dat besef maakt me verdrietig maar ook wakker.
Een spiegel, geen oordeel
Ik zeg dit niet uit verwijt. Ik zeg het uit verlangen. Omdat ik wil begrijpen hoe dit gebeurt.
En omdat ik voel dat het veel groter is dan alleen mijn ouders. We leven in een tijd waarin we ouder worden dan ooit.
De gemiddelde levensverwachting in Nederland ligt nu rond de 83 jaar voor vrouwen en 80 jaar voor mannen. Maar ouder worden is niet hetzelfde als léven. Gemiddeld brengen Nederlanders de laatste 15 tot 20% van hun leven door met chronische klachten of beperkingen. (Bron: CBS, 2024)
Wat als we die cijfers konden omkeren? Wat als we zouden leren om ouder te worden met levenslust, in plaats van alleen met leeftijd?
Een kleine uitnodiging
Misschien herken je het, in je ouders, in jezelf, in iemand dichtbij. En misschien voel je, net als ik, dat het anders kan. Dat er altijd een keuze is ook als het lichaam niet alles meer kan. Een keuze voor nieuwsgierigheid, voor muziek, voor een kleine wandeling, voor een gesprek dat niet over klachten gaat, maar over dromen.
Want zolang we nog kunnen verlangen, kunnen we leven. En dat gun ik mijn ouders. Dat gun ik jou.
Dat gun ik ons allemaal.
💛
Karin van Dreumel – ZON voor Jou, Doetinchem
Voor de vrouw die niet alleen wil overleven, maar weer wil léven, in welke fase van haar leven dan ook.


